Overwegingen

 

HET HEILIG ALTAARSACRAMENT: TOT SPIJS EN LEVENSONDERHOUD

 

In de instelling van de Eucharistie, ofwel H.Misoffer, heeft Christus zelf zijn liefde tot de Vader en zijn liefde tot de mensen bewezen. Hij heeft in de zaal van het Laatste Avondmaal het eerste gebod en tevens het tweede aan het eerst gelijk, volledig vervuld. Hij offert Zichzelf aan de Vader en toont de Vader zijn liefde in de oneindige eer, die Hij de Vader geeft. Hij geeft Zichzelf aan de mensen tot spijs en verenigt Zich in innige liefde met hen. H.Misoffer en H.Communie, dat is de éne liefde van Christus, die als in één omarming tegelijk de Vader in de hemel en de mensen op aarde omsluit.


De Christus van de Eucharistie treedt ons mensen tegemoet met de woorden: „Neemt en eet; neemt en drinkt”. Christus heeft Zich tegenwoordig willen stellen onder de gedaanten van brood en wijn, juist opdat wij Hem zouden nuttigen. Hij wil ons tot spijs zijn en tot levensonderhoud.


Het Woord is vlees geworden. In de menswording heeft Gods Zoon Zich verenigd met het menselijk vlees. Dit was een algemene vereniging met alle mensen. Een vereniging zó wezenlijk, dat het leven van de mensen in zijn diepste kern er blijvend door verheven werd. In de Communie komt Christus tot ons als een voedsel. Hij dringt in ons door. Hij verenigt Zich bijzonder met ons persoonlijk vlees. „Het Woord is vlees geworden en Het heeft onder ons gewoond”, zegt de heilige Johannes van de menswording. Dit vlees van Christus is mijn levensvoedsel geworden. Het is geworden tot mijn innerlijke kracht en tot mijn eigen geestelijk leven. Al in een oud kerkelijk decreet wordt het volgende gezegd: Dit sacrament heeft wat ons geestelijk leven betreft dezelfde uitwerking als ons dagelijks voedsel met betrekking tot ons lichaam: het is ons levensonderhoud, onze groei en ons herstel, onze levensvreugde in geestelijk opzicht. Juist omdat het ware leven van de ziel in de vereniging met Christus bestaat, is de uitwerking van dit geestelijk voedsel toch ook weer geheel anders dan de werking van het lichamelijk voedsel. Dit laatste wordt één gemaakt met en opgenomen in ons lichaam; het gaat over en verdwijnt in onszelf. Het heilig Brood van de Eucharistie maakt ons leven steeds meer tot het leven van Christus. De ziel wordt in Christus hervormd: „Ik zelf leeft niet meer, maar Christus leeft in mij”, zegt de apostel Paulus.


Christus is het Brood, dat ons geestelijk leven onderhoudt. De rank blijft leven uit de Wijnstok Jezus Christus. In de H.Communie stuwt de Wijnstok zijn levenssap en zijn levenskracht in de ranken. „Wie mijn Vlees eet en mijn Bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem.” In Hem blijven, dat is zich met Hem vereenzelvigen in ons denken, in ons willen, in ons streven, in ons handelen. Dat is één van geest zijn met Hem. „Hij die de Heer aanhangt, is één geest met Hem”. Hij komt in onze ziel en wordt de ziel van als ons handelen. Hij geeft aan ieder van ons zijn Lichaam, opdat wij allen tezamen steeds meer en  volmaakter zijn éne Lichaam c.q. zijn Kerk, zouden zijn. Christus onderhoudt in ons het leven, maakt het sterker en krachtiger. De H.Communie bewerkt zo de groei van ons geestelijk leven. Christus heiligt en verheft al onze menselijke vermogens. Hij verandert die vermogens en maakt ze steeds meer tot de zijne. Groeien in het geestelijk leven zal onze mond steeds meer het woord van Christus spreken. Onze goedheid zal het merkteken krijgen van Christus’ eigen goedheid. Ons hart, dat God bemint in de mensen, zal steeds meer beminnen, omdat onze liefde steeds meer wordt de liefde van Christus’ eigen liefdevolle hart. De volle uitgroei zal ons maken tot een andere Christus. Het vuur van de goddelijke liefde, dat Christus op aarde bracht, zal branden in onze harten. Het zal medemensen verlichten en ook in hen gaan branden. De wens van Christus: Ik ben een vuur op aarde komen brengen en wat wens Ik anders, dan dat het steeds weer ontstoken wordt, zal mede door ons vervuld worden. Zo stromen ons in de H.Communie hemelse goederen en vreugden toe. De H.Communie zal onze levensvreugde zijn, omdat wij met hemelse zegening en genade vervuld worden.

 

„Geef ons, Heer, zó de heilige geheimen van uw Lichaam en Bloed te mogen vereren, dat wij de vrucht van uw verlossing voortdurend en blijvend in ons mogen ervaren