Overwegingen



Dit is de dag die de Heer gemaakt heeft.

Verrijzenisdag! Pasen des Heren, Pasen! Laat ons juichen, jubelt van vreugde, gij alle volkeren. Want Christus, onze God, heeft ons van de dood naar het leven, van de aarde naar de hemel over-gebracht, ons, die deze zegenzang zingen. (Uit het Byzantijnse paasofficie).

De grote Zonnedag is opgegaan over de wereld. Heel de schepping straalt van licht, de levenloze schepping, omdat ze niet langer in dienst staat van de dienaars van de zonde; heel de mensheid, omdat Christus haar uit de slavernij van de duivel heeft vrijgekocht. Uit het graf van de Verrezene gaat deze Zonnedag op en straalt licht uit tot aan de uiteinden van de wereld en wel zo lang als deze zal bestaan. Een glans en een gloed, die overal haar vlammen koesterend verspreidt. Een bezielend licht, een doelbewust licht, dat uitgaat, elke ziel tegemoet; een genezend licht, dat iedereen die be-drukt is, troost en bemoedigt. Een licht dat leidt van de dood naar het leven, van de aarde naar de hemel. Een zegepralend licht, want dood en leven streden op leven en dood en als Licht behaalde het leven de overwinning op de duisternis. Liefde en haat leverden slag, en de Liefdde overwon. De Eeuwige, de Liefde die neergedaald was uit de schoot van de Vader, God uit God, Licht uit Licht, de Herder die zijn leven gaf voor de schapen, schenkt vandaag aan al zijn schapen het Leven. Vandaag staan we na de vernieuwing van onze doopgeloften in de paasnacht als witgewassen lam-meren rondom onze Herder. Het is alsof we net zijn gedoopt. Opnieuw blankgewassen in het Bloed van het Lam zingen we onze jubelzangen.

Stralender en liefdevoller als op de paasmorgen treedt onze Herder, onze Verlosser, ons nimmer tegemoet. Diep hebben we meegeleden met Hem, die verhoord, gegeseld, bespot en gekruisigd werd. We hebben ingezien hoe klein, hoe onbetekenend het persoonlijke leed is waaronder wij geb-tukt gingen. Nu staat Hij voor ons, stralend van licht, en doet ons beseffen hoe schraal alle vreugde is, waarvan de oorsprong elders ligt dan in Hem.

Want Hij is onze vreugde. Onze eeuwige Vreugde ziet naar ons uit bij zijn geopend graf, schitterend van licht. De aarde die eens om Adam vervloekt was, draagt nu Gods schoonste schepping: het ver-heerlijkte, met wonden getekende Lichaam van Gods Zoon. Zie, Hij staat bij zijn graf en ziet naar ons uit of we komen met een jubelend hart, of we Hem danken, dat door zijn dood onze dood slechts overgang zal zijn naar het leven; of we weten, dat dat eeuwig leven nu reeds in Hem is begonnen.

Hij toont ons zijn handen: door de wonden van de nagelen zijn al onze wonden geheeld. Hij toont ons zijn voeten: door die gapende littekens is elke misstap uitgeboet. Hij toont ons, wij geopend, zijn Hart en „het binnenste van zijn ziel, vol glorie en vreugde en trouw. Daarin mogen we ons ver-blijden en groeien en toenemen in hartelijke liefde. De open wonde van zijn zijde zal onze poort zijn tot het eeuwige leven en onze ingang tot het levende paradijs dat Hij zelf is. Daar zullen we de vrucht van het eeuwige leven genieten, die voor ons groeide op het kruishout, die wij verloren door de hoogmoed van Adam, en nu terugwinnen in de ootmoedige dood van onze Heer Jezus Christus, die ons levend paradijs is, want in Hem en uit Hem vloeit de fontein van eeuwig heil” (de mysticus Jan Ruusbroec:1293-1381).

Wij zijn de uwen, o Heer, want Gij hebt ons gekocht. Vandaag schijnt die eeuwige koop geheel nieuw. Vandaag zijt Gij in geheel nieuwe zin onze Meester, vandaag weten wij op geheel nieuwe wijze, welke prijs Gij voor ons hebt betaald. Hoe veilig zijn we in uw handen, wat voor een liefde hebt Gij ons bereid in het Paradijs, dat Gij zelf zijt, hoe wijd hebt Gij door de wonde van de speer de poorten doen openenen voor uw liefde tot ons. Vandaag leidt Gij ons binnen in uw eeuwige woning: in uw Hart. Vandaag doet Gij ook mij verrijzen, omdat ik één word met u, de Verrezene. Dit is de dag die Gij, Heer, gemaakt hebt: dag van liefde die geen zonsondergang kent, dag van trouw, die nimmer laat varen wat door zo’n dure prijse werd gekocht, dag van uw glorie, dag van mijn vreugde, die mij doet zingen voor eeuwig (1).



1.Tekst ontleend aan"Meditatieboek voor kloosteringen", samengesteld door dr.Mathias Goosens O.F.M.Uitgeverij H.Gottmer,Haarlem-Antwerpen,2e druk,1957.

 

 

 

.